| Down town Weidenbaum |
|
Out-look-out, dreef me naar buiten te kijken. Het was verrassend om stil te staan dat mijn horizon geen rechte lijn meer was. Ik werd verblind door haar gelaagdheid. Een notenbalk van daken. Een grijze, oranje, zwarte partituur in de ruimte. De noten van mijn context waren leesbaar. Rolluiken, vensters, schoorstenen, versteende Griekse tragedies en toen werd het onleesbaar. Aan de rand van een dakgoot groeide een abstract object. Een in het steengeruis geworteld struikgewas. Tussen het schaakbord van straatstenen kroop groen gras stilaan uit zijn voegen. Het leek zo vertrouwd en toch weerklonk het woord on-kruid. Een niet-kruid zijn. Niet-natuur mogen zijn. Zoals het zand in mijn zandloper, wandelend door de straten van de stad, mijn natuur, onze culturele habitat. De geschiedenis had haar blauwdruk nagelaten. De paden van het bos waren reeds geplaveid, de architecten hadden de functionaliteit van de rechthoek laten zegevieren in de smog van de industriële revolutie. Toch trokken de art-nouveau-gebouwen mijn aandacht. Organische vormen, als stalen ruikers, verfraaiden de architecturale context. Ik rook de smaak van Peter Weidenbaum's gepekelde hesp. De jachtkansel, de lookout, kreeg in mijn verbeelding, een vertrouwde plaats. Peter heeft, zoals Horta destijds, een drang om de vraag te stellen naar onze natuurlijke contextualiteit. Het doorbreken van de gewoonte in de aanblik van het (straat-)beeld. Van zijn functionaliteit ontnomen, wordt de jachtkansel als object één met de stedelijke omgeving. Men kan hem niet betreden, hij is gebouwd om naar te kijken als deel van de realiteit. Toch staat hij hier vreemd. Een gevoel van vervreemding maakt zich meester over mijn zicht, niet in confrontatie met de jachtkansel, maar in de relatie tot zijn context. Als een atonale noot in het geruis van de stad. Het thema vervreemding in Weidenbaum's werk krijgt vorm door het interactieproces tussen de natuur en de gecreëerde cultuur. Het spanningsveld in zijn werk ‘lookout' zit verborgen in het vermengen, de kruisbestuiving van deze dualiteit. Alle grote filosofen hebben zich verdiept in de problematiek van de vervreemding. George Novack schreef: "De meest primitieve vormen van vervreemding komen voort uit de ongelijkheid tussen de behoeften en wensen van de mens enerzijds en zijn controle over de natuur anderzijds." (1967) Peter Weidenbaum's leitmotif in zijn artistieke virtuositeit. Met zijn ‘lookout' tart hij onze controle over de natuur. Hij verstoort onze culturele orde. Hij doorbreekt ons gewoontepatroon en haalt objecten uit hun originele context en verplaatst ze in een nieuwe omgeving. Niet enkel doet hij dit met zijn kunstwerken, maar hij gaat ook interactieprocessen aan met wat hij noemt ‘subculturen'. Hij stelt: "Het betrekken van kleine subculturen in een groter geheel, zet aan tot verandering. In onze belevingsmaatschappij is het verbreden van betrokkenheid zeer belangrijk. Niet alleen voor het maatschappelijke veld, maar zeker ook voor de kunstbeleving op zich. Ik zou het willen omschrijven als artistieke infiltratie in bestaande structuren en maatschappelijke grenzen." Hij tracht ons gevoel van vervreemding te overbruggen door een gedeeld beeld, een gemeenschappelijke werkelijkheid waarbij het object zelf de drempel verlaagt voor de noodzakelijke communicatie in het overbruggen van onze onzekerheid en onwetendheid ten aanzien van het andere, het nieuwe, de verandering. Peter Weidenbaum interageert met verschillende culturele actoren (studenten van Piso, de galerij, het museum) en ontwricht ze uit hun context zoals hij ook in zijn kunstwerken de objecten ontwricht. De studenten, die met hem de jachtkansel bouwen, worden deel van zijn artistiek proces. Hij onttrekt hun activiteit uit de structuur van de school en betrekt hen in zijn creatieve opzet. De ‘lookout out of the box'. In de galerie Cirkant verdwalen we in de culturele sporen van herkenbare tekensystemen uit de natuur. Door hun dimensie en bestemmingswijziging wordt men geconfronteerd met de abstracte signatuur van een onbekende subcultuur. Het concept van de lookout wordt herwerkt voor de prestigieuze culturele context van het museum. De toeschouwer kijkt er door de gleuf van de jachtkansel, een ‘lookout in de box'. In deze tentoonstellingsruimte bij uitstek ziet men een video van een vlucht doorheen het bos. Als gejaagd, gedreven, verdreven in de wildernis van een continu veranderende natuur. Een technologische transformatie van de ruimte tot een object om te aanschouwen. Het museum behoudt in zijn werk wel zijn plaats als wetenschappelijke instelling, waar alle tijdsfragmenten, beelden en kunstwerken, als brokstukken worden geconserveerd ter herinnering aan een verbeelde wandeling. Het project ‘lookout' is niet enkel een installatie, een video, een schets of een schilderij. Het is een zoeken naar wat Peter Weidenbaum zo beeldend verwoordt: het innerlijke woud. Die plaats waar elk interactieproces tussen de buitenwereld en het zelf wordt geïnterpreteerd. Waar de innerlijke onrust haar pleidooi pleit om deel te nemen aan de werkelijkheid. Peter Weidenbaum's kunstwerken vervullen een drempelverlagende functie tot de noodzakelijke dialoog in de polyinterpretabiliteit, de verscheidenheid aan interpretaties omtrent de werkelijkheid. Elk individu, elke subcultuur heeft haar kijk, haar begrenzing en vorm om deel te nemen aan de retoriek van het (niet-)weten. Peter Weidenbaum heeft als kunstenaar hiervoor een nieuwe beeldentaal ontwikkeld, die volgens ons een pluim op zijn boswachtershoed verdient voor de bescherming van onze habitat. Sven Vanderstichelen. |