Contemporary art exhibitions and advice
Legerkunst of kunstig leger?

Milart, een woord dat zou kunnen opgenomen worden in Van Dale en waarbij we zouden vermoeden dat de ethymologische betekenis niet rechtstreeks gerelateerd zou zijn aan onze Belgische Strijdmacht. Maar toch is Milart een nieuw initiatief van het Belgische Leger waar de creativiteit van onze ‘gedisciplineerde burgers' wordt tentoongesteld. We gebruiken hier ‘gedisciplineerde burgers' als een meermaals door voorzitter luitenant-generaal Van Hecke gebruikte beschrijving van de mens achter het uniform van ‘de soldaat'.
Het zou oneerlijk zijn te verzwijgen dat ik verwonderd was te horen dat er voor mij een functie als jurylid was weggelegd in een grootscheeps kunstzinnig project van het Belgische Leger. Maar zoals van elk jurylid wordt verwacht, ging ik zo onbevooroordeeld mogelijk naar negen provinciale tentoonstellingen in een reeks van tien. Ik moet toegeven dat het een van mijn eerste ervaringen was als jurylid. Beroepshalve ondergedompeld in de wereld van de kunsten en gedreven door deze uitdaging, trachtte ik mijn meest kritische blik aan te wenden voor deze tentoonstelling. We dienden toch rekening te houden met het feit dat bijna alle kunstenaars op de Milart-tentoonstelling tewerkgesteld zijn als militairen die na hun beroepsactiviteiten nog de kracht en energie vinden om hun creativiteit vorm te geven. De regels van het spel werden dus gespeeld binnen het moeilijke domein van de amateurkunsten. Bij de samenstelling van de jury werd gelukkig gezorgd voor een heterogeniteit aan personen uit de kunstwereld, waaronder kunstenaars, professoren en conservatoren uit verschillende musea. Met dit kritisch pallet aan juryleden, onder de begeleiding van Luitenant-Generaal Van Hecke en de intendante mevrouw Dierckx, werden de kunstwerken geselecteerd voor de nationale tentoonstelling.
Wat elk jurylid, vermoed ik, erg boeide was de verrassende beeldende wereld van militairen in de ban van kunstzinnige uitingen. Men kan er niet omheen dat deze groep individuen, binnen de strijdmachten werkzaam, vaak in beeld worden gebracht met uniforme vormen van uniformen en gepanserde mobielen in missie doorheen het oerwoud, wat de kijk van de buitenwereld stuurt. De mogelijkheid die kunst ons hier gaf om in deze stereotypering verandering te brengen, kon men zo maar niet naast zich leggen. Zo schrijft Sjklowskij, grondlegger van het Russisch formalisme: "Welnu, om de mens weer in staat te stellen het leven bewust te ervaren, om de objecten te laten voelen, om steen weer tot steen te maken, bestaat datgene wat wij kunst noemen. De kunst heeft tot doel de mens een ervaring van het object te geven, het hem te laten zien in plaats van hem te laten herkennen." Gingen we de militair in zijn kunst herkennen of zou de kijk van de toeschouwer in deze zintuiglijk zichtbare wereld van beelden veranderen.
Mijn kijk is althans wel echt veranderd. We werden geconfronteerd met ongeveer 400 kunstwerken vervaardigd door niet minder dan om en bij de 150 kunstenaars. Geen oorlogstaferelen, geen krijgers in strijd, geen drang om onze blik als toeschouwer te willen richten op de gruwelen van geweld. Integendeel was er vaak een zeer gevoelige plasticiteit te aanschouwen, die streefde naar het omhelzen van schone beelden. Objecten die met zeer veel ernst en overgave tot stand waren gekomen uit de verbeeldingswereld van elke persoon die tentoonstelde. Een echt feest voor onze zintuigen, een waar plezier. Knulst omschrijft dit kunstzinnige genot als volgt: "...‘ een nieuwe sensatie, een prikkeling die het contrast aangeeft tussen het gewone en het buitengewone' ". Men kan er niet omheen dat ook Milart ons van een buitengewone beeldspraak laat genieten. Maar Milart is niet enkel een tentoonstelling, het is een provinciaal en nationaal feest. Het is een plaats waar ieder van ons de strikte hierarchie uit het dagdagelijkse leven, en zo ook die van de strijdmacht, omruilt voor een abstractie in de tijd waarbij elke toeschouwer de mogelijkheid krijgt om te denken over de verscheidenheid aan beelden, waarbij alle waarderingen van de toeschouwers een bijdrage leveren aan de communicatie over het schone, vernieuwende, andere.
Maar deze lofrede rond Milart zou niet kunnen gezongen worden, indien er niet zoiets bestond als een klaagzang omtrent de ook hier aanwezige problematiek van de amateurkunsten en professionele kunsten. Wat ons in eerste instantie even doet stilstaan bij wat ‘kwaliteit' binnen de kunsten betekent. We zullen ons weerhouden om te diep in tegaan op dit onderwerp, omdat onze kennis omtrent dit onderwerp nog knelt in zijn kinderschoenen. Maar toch even een ander paar passen: deze korte kritische beschouwing zou niet tot stand kunnen komen zonder het toedoen van mijn geestelijke mentor op dit gebied Prof. Dr. W. Elias. Zijn wetenschappelijke kennis binnen het domein van de kunsten is een proces van jaren kritisch cultuurfilosofisch reflecteren over de verhoudingen tussen kunstenaar, kunstwerk en toeschouwer. Doorheen zijn verschillende visies omtrent het thema ‘kwaliteit' binnen de kunsten, zullen we de tweespalt amateurkunsten en professionele kunsten summier trachten te belichten.
"Elke esthetische norm omtrent kwaliteit is afhankelijk van de consensus van een groep, bepaald door de culturele ruimte van die groep en de tijd waarin deze leeft.". Met dit citaat kan men stellen dat Milart anno 2001 een groep kunstzinnig geëngageerde individuen samenbrengt die verbonden zijn met de strijdmacht en die een bepaalde vorm van kunst produceren en dus kwaliteit tentoonstellen. Wat volgens ons correct is. Maar waar is dan het probleem? Het is niet aan mij om te bepalen welke kunst goed of slecht is. Wel belangrijk is het begrijpen dat een maatschappij gestructureerd is in verschillende culturele ruimten, met verschillende groepen mensen, die op verschillende manieren oordelen en dus verschillende soorten kwaliteitscriteria hanteren. Men kan hierdoor niet uitsluiten dat er verschillende vormen van kwaliteit bestaan. De kwaliteit van kunst met een grote ‘K', een gezegde gebruikt om de professionele kunst te duiden, kan men als volgt omschrijven "... de kwaliteitwaarde wordt bepaald door de plaats die een kunstwerk inneemt in de kunstwereld." Het bepalen of een kunstwerk wordt aanvaard als kunst is dus afhankelijk van de periode waarin men leeft en welke personen een vooraanstaande functie bekleden binnen de kunstwereld. Deze kunstwereld is niet zomaar een allegaartje van personen. Het zijn kunsthistorici, kunstcritici, kunstfilosofen, kunstagogen, conservatoren, enz die een groot deel van hun leven hebben besteed aan het achterhalen welke beeldende objecten de weerspiegeling zijn van een bepaalde kritische houding ten aanzien van alle elementen die betrekking hebben op de samenleving en de ordening van onze cultuur. We stellen vast dat, indien we kunst zo omschrijven, niet alle kunstenaars van Milart hun dagen doorbrengen met vragen als: Wat voor soort kunst is er deze eeuw reeds geproduceerd? Hoe kan ik iets maken dat voorheen nog nooit gemaakt is? Kan de kunst die ik maak gezien worden als een vormelijk antwoord op de hedendaagse vraagstukken van onze cultuur? ... . Indien veel Milart-kunstenaars toch met deze vraagstukken bezig zouden zijn, dan is dit nog altijd geen garantie dat ze als professionele kunstenaar erkend worden. Deze verschillen zijn enerzijds rechtstreeks verbonden met de kunstwerken die door onze ogen, oren, mond en tast worden waargenomen en anderzijds afhankelijk van de tijd waarin ze gemaakt en beoordeeld worden als kunst.
Het rare woord ‘kunst met grote K' staat onmiddellijk in relatie met de rare persoon ‘kunstenaar met een grote K'. Om ook het beeld van ‘de kunstenaar bohemein' even te weerleggen, zal ik proberen kort op te sommen aan welke criteria die grote ‘K' kunstenaar zeker zou moeten voldoen. Al bevestigen vaak de vele uitzonderingen de regel. "Zo ook is kunst wat een kunstenaar als zijn kunst aanduidt. Om na te gaan of diegene die zich kunstenaar noemt niet van het zelfde slag is als de gek die zich Napoleon waant, kan men controleren of de betreffende de gekende gedragingen vertoont die men van kunstenaars gewoon is: atelier, tentoonstellen, opslagplaats, enz. Kortom dat er een vervolg is in zijn bedrijvigheid, een continuïteit die tot een ‘oeuvre' leidt, om een Frans woord te gebruiken dat wijst op het geheel van de werken van een kunstenaar. Als derde voorwaarde om te mogen geloven dat het om kunst gaat stellen we de betrachting van de kunstenaar om (...) zich te willen plaatsen met zijn werk tussen en verschillend van de reeds bestaande kunstwerken. Hierin verschilt de kunstenaar van de amateur. Deze laatste is immers tevreden als hij bv. kan schilderen à la Van Gogh." Dat het niet allemaal Van Gogh's waren op de Milart-tentoonstelling kan gezegd worden. Maar dit wil niet zeggen dat ik als jurylid niet verrast was met deze verrijkende beeldende wereld. We willen hier zelf benadrukken dat, bij het aanschouwen van de werken, velen onder hen zelf de wil niet hebben om à la Brancusi te beeldhouwen. Veel kunstenaars hadden een uitgesproken individuele beeldtaal, met zeer verschillende vormen van expressiviteit en ambachtelijkheid. Maar deze drang naar een creatieve individualiteit is als noodzakelijke voorwaarde voor de professionele kunstenaar nog niet genoeg. Doorheen de tekst pleit ik zelf om af te stappen van elk vastgeroest beeld omtrent creativiteit. Dus kan en wil ik zeker niet alle milartkunstenaars als amateurkunstenaar afschilderen. Het is de verschillen aan kwaliteit doorheen de tentoonstellingen die ons de mogelijkheid verleent om het moeilijke thema ‘kwaliteit binnen de kunsten' te bespreken. De hedendaagse professionele kunstenaar tracht kennis te hebben omtrent de verscheidenheid aan beelden en probeert hiertegenover een nieuwe beeldtaal te ontwikkelen. Het woord ‘nieuw' komt hier tevoorschijn. De professionele kunstenaar wil niet enkel vernieuwing in zijn eigen werk, maar heeft ook de drang tot vernieuwing ten aanzien van wat reeds tot op heden als kunst werd vertaald en dat in alles wat hij continu produceert. Hierin ligt volgens ons het verschil met de amateurkunstenaar. Maar deze gedachten omtrent kunst werden enkel geschreven om hopelijk nog meer van dit ware Milart-feest te kunnen genieten.
Zoals we zullen zien op de nationale tentoonstelling, is er niet zoiets als ‘de' Milart-kunstenaar. Trachten alle stijlen en beelden op te sommen, welke op de tentoonstellingen aanwezig waren, zou ons te ver leiden. Maar een ding staat vast. Milart was geen tromp l'oeil, maar integendeel een waar plezier voor het oog.

Sven Vanderstichelen